Het instrument

De Klokkenstoel

Het materiaal

De klokken zijn opgehangen in een stalen klokkenstoel. Uit esthetisch oogpunt zou een houten constructie de voorkeur hebben gehad, doch de ruimte in de vieringtoren laat dit niet toe. De stalen klokkenstoel is thermisch verzinkt en twee maal geschilderd.

In het rapport van de N.K.V. adviescommissie (1990) wordt geconcludeerd dat de ophangbalken enige roestvorming vertonen en dat voor de bouten en moeren geen roestvrij materiaal is gebruikt. Bij de grote onderhoudsbeurt in 1991 door Petit en Fritsen zijn de ophangbalken opnieuw geconserveerd.

Opbouw klokkenstoel

De klokkenstoel is in drie fasen opgebouwd en uitgebreid:

1971 — Stoel van constructiestaal, geschikt voor 37 klokken.
1982 — Montage klokkenbalk voor klokken dis5, e5, f5.
1991 — Demontage klokkenbalk dis5/e5/f5 en aanpassing voor de zeven nieuwe klokjes van Petit & Fritsen.

Ophanging klokken

Het carillonplan van 30-12-1969 (Eysbouts) laat zien dat één klok (de zwaarste) bovenin de toren hangt. In werkelijkheid hangen nu de twee zwaarste klokken bovenin. 24 klokken hangen volgens een bepaalde gewichtsverdeling in de omtrek van de achtkantige toren, in drie lagen boven elkaar. De overige 23 klokken hangen in de toren.